Zzp in de zorg kan nog steeds: bij ZOSplus hoef je niet te kiezen
“Stoppen met zzp en overstappen op uitzenden.” Die boodschap horen veel zorgprofessionals op dit moment van bemiddelaars, uitzendbureaus en zorginstellingen. Soms wordt zelfs de indruk gewekt dat werken als zzp’er in de zorg niet meer mogelijk is. Maar zo zwart-wit is de werkelijkheid niet.
Sinds 1 januari 2025 handhaaft de Belastingdienst volledig op schijnzelfstandigheid (wet DBA). Dat betekent dat organisaties moeten voorkomen dat iemand op papier als zelfstandige werkt, terwijl de samenwerking in de praktijk alle kenmerken van loondienst heeft. Het betekent niet dat iedere zzp’er werknemer moet worden. De Rijksoverheid bevestigt ook dat professionals die daadwerkelijk voor eigen rekening en risico werken, hun werkzaamheden als zelfstandige kunnen blijven uitvoeren.
Niet zzp is het probleem, maar schijnzelfstandigheid
Bij die beoordeling wordt onder meer gekeken naar de vrijheid om het werk in te delen, de mate van aansturing, het commerciële risico, de duur van de opdracht, de inbedding in de organisatie en de manier waarop iemand zich als ondernemer gedraagt.
De Hoge Raad bevestigde in februari 2025 dat al deze omstandigheden in samenhang moeten worden beoordeeld. Er bestaat geen vaste rangorde. Ook het ondernemerschap van de professional buiten één specifieke opdracht kan zwaar meewegen.
Een inschrijving bij de Kamer van Koophandel of een overeenkomst van opdracht is op zichzelf niet voldoende. Maar andersom betekent werken binnen een zorgorganisatie ook niet automatisch dat er sprake is van loondienst.

Recente uitspraak: ook in de zorg kan sprake zijn van zelfstandigheid
Op 30 april 2026 oordeelde de Rechtbank Rotterdam over zelfstandig werkende zorgmaatjes die aanvullende mantelzorg en persoonlijke begeleiding boden aan thuiswonende ouderen en andere hulpbehoevenden (bron). De betrokken organisaties en zorgmaatjes vroegen de kantonrechter gezamenlijk om vast te stellen of hun samenwerking moest worden gezien als een arbeidsovereenkomst of als een overeenkomst van opdracht.
De rechter oordeelde dat de zorgmaatjes werkten op basis van overeenkomsten van opdracht en dus niet op basis van arbeidsovereenkomsten. Bij dit oordeel keek de rechter naar de volledige samenwerking, niet alleen naar de afspraken op papier.
Zo konden de zorgmaatjes opdrachten per cliënt accepteren of weigeren, zonder dat een weigering nadelige gevolgen had. Zij maakten zelf afspraken met de cliënt over hun werktijden, kregen geen directe instructies over de uitvoering van hun werkzaamheden en mochten zich laten vervangen. Ook werden zij alleen betaald voor daadwerkelijk gewerkte uren, konden zij voor andere opdrachtgevers werken en waren zij slechts beperkt onderdeel van de organisatie.
Deze uitspraak betekent niet dat iedere zzp-constructie in de zorg automatisch wordt goedgekeurd. De zaak ging specifiek over aanvullende mantelzorg en persoonlijke begeleiding. Iedere samenwerking moet afzonderlijk worden beoordeeld, waarbij vooral de manier waarop er in de praktijk wordt gewerkt bepalend is.
De uitspraak laat echter wel zien dat werken als zelfstandige binnen de zorg mogelijk blijft. De stelling “zzp in de zorg kan niet meer” is daarom te algemeen.
De conclusie is niet dat zzp altijd kan. De conclusie is dat zzp kan wanneer de samenwerking daadwerkelijk zelfstandig is ingericht en ook op die manier wordt uitgevoerd.
Wat gebeurt er wanneer de keuze verdwijnt?
De onzekerheid rond de handhaving heeft al gevolgen voor de zorgarbeidsmarkt. Het CBS ziet sinds het eerste kwartaal van 2025 een daling van het aantal zelfstandigen in zorg en welzijn. Volgens de KVK was de gezondheids- en welzijnszorg in het eerste kwartaal van 2026 zelfs de sector met de grootste afname van het aantal zzp’ers, met per saldo ongeveer 2.400 minder zelfstandigen.
Uit deze cijfers kan niet worden geconcludeerd dat al deze professionals de zorg hebben verlaten. Een deel kan in loondienst zijn gegaan, de onderneming hebben beëindigd of op een andere manier zijn gaan werken.
Het risico op uitstroom is echter reëel. Onderzoek van Tilburg University liet eerder zien dat een op de vijf ondervraagde zorg-zzp’ers verwachtte te stoppen vanwege de strengere handhaving. Van die groep verwachtte ongeveer een kwart de zorg helemaal te verlaten. Het ging om een verwachting van respondenten, niet om vastgestelde uitstroom, maar het signaal is duidelijk.
In een sector waarin iedere gekwalificeerde zorgprofessional nodig is, moeten we daarom voorzichtig zijn met beleid dat mensen in één werkvorm probeert te dwingen.
